Waar hoor ik nu bij?

“Waar hoor ik nu bij”? zei de man die boventallig is verklaard en nu thuis zit zonder werk. Hij zei het met zoveel gevoel van ontreddering dat ik geraakt werd. “Op verjaardagen, op tv, overal wordt iedereen voorgesteld met vermelding van zijn baan, of werkgever. En nu hoor ik nergens meer bij”.

Hij uit zich laconiek en cynisch over zijn werkgever en ik vraag aan hem of hij boos is. In eerste instantie ontkent hij en bij doorvragen komt de boosheid en frustratie eruit. Ik laat hem razen…

Waar hoor ik nu bij? Deze tekst deed me (weer eens) beseffen hoe belangrijk werk voor mensen is. Werk biedt structuur, doel en zingeving. Werk is belangrijk. Het geeft een noodzakelijke mentale stimulans, men krijgt erdoor een plaats in het maatschappelijk leven, het is belangrijk voor je gezondheid en niet in de laatste plaats verschaft het inkomen. Belangrijk bij dit laatste is dat daarmee ook onafhankelijkheid wordt geschapen. Volgens Phelps wordt de mogelijkheid om bij te dragen aan de maatschappelijke productie en om zichzelf te bedruipen door iedereen en in alle culturen als essentieel ervaren.

 

Rouw doet auw

Bij het verlies van werk hoort een rouwproces, iets wat ik tijdens de eerste gesprekken met boventallige medewerkers ook schets. Regelmatig zie ik dat mensen – vanuit een wanhoopspoging /boosheid/paniek – zich op de arbeidsmarkt storten. Dit leidt meestal niet tot een succes. De nieuwe werkgever voelt ongetwijfeld dat er nog spanning bestaat en een afwijzing is meestal het gevolg. Dit leidt tot nog grotere frustratie en blokkades.  Het is – dus – van groot belang aandacht te besteden aan het rouwproces en de verschillende rouwfasen. De psychiater Elisabeth Kübler-Ross heeft vijf fasen omschreven die de meeste mensen geheel of gedeeltelijk doorlopen om na een traumatische ervaring weer tot rust te komen. Deze fasen zijn niet voor iedereen even intensief en ook verschilt de volgorde vaak. Iedereen verwerkt rouw op zijn eigen manier.

Dus; doe niets en wacht af?

De vraag die je je kan stellen is of je ‘maar’ moet afwachten tot alle rouwfasen doorlopen zijn.

Het antwoord moet volgens mij zijn dat je als begeleider in staat moet zijn om je in te leven, aan moet kunnen voelen en mee moet bewegen met de verwerking van de persoon die je begeleidt. Soms helpt het om een stap terug te doen, soms een duwtje in de rug. Om dit te kunnen, moet je beschikken over empathisch vermogen, ervaring en zal je de kunst van het vragen stellen goed moeten beheersen.

 

 

Geef een reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s